Ga naar hoofdinhoud
Puck (99) peinst er na een gebroken heup niet over om twee weken in een verpleeghuis te blijven, zoals de dokter voorschreef. Ze gaat naar huis. Het is háár leven, háár beslissing en háár verantwoordelijkheid. Hetzelfde geldt voor haar levenseinde.

“Ik ben niet bang om dood te gaan, maar voorlopig heb ik daar geen behoefte aan. Ik heb een leuk, druk en gevarieerd leven nadat ik altijd heb gewerkt. Ik was secretaresse op een damesconfectiefabriek in Nieuw-Zeeland, rijksambtenaar en de enige vrouwelijke scheepvaartagente bij Nedlloyd. Toen ik met mijn man naar Nederland terugkwam, ging ik Engelse les geven aan een zigeunerfamilie en zat heel even in de bijstand. Door zijn werk aan de Birmaspoorlijn had mijn man een enorm trauma opgelopen, maar hij vocht dapper door als klusjesman en schilder. Tot ik een rekest indiende bij de koningin en een verzoek bij Defensie, waardoor we na veel omwegen een defensiepensioen kregen.

Mijn man is tien jaar geleden overleden, maar ik bleef actief. Ik heb bijvoorbeeld een computer aangeschaft waardoor ik dagelijks mail met familieleden in alle delen van de wereld. Verder doe ik vrijwilligerswerk als voorzitter van de bewonersvereniging. Als redactielid van het bewonersbulletin houd ik interviews en probeer meer bewoners aan te trekken voor het fijne appartementencomplex waar ik nu woon. Ik vind het belangrijk een taak te hebben in het leven. Anders is het zo zinloos. Bovendien word ik bekaf van nietsdoen.

Mocht ik een beroerte krijgen, of oud zijn, vegeteren en niets meer bijdragen aan de wereld, dan is het prima om dood te gaan. Ik ben nieuwsgierig naar wat er daarna gebeurt. Misschien gaan we dan door als een sprankje energie. Het mysterie is er, maar we zullen het bij leven nooit doorgronden. Ik ben niet gelovig. Ik noem mezelf een religieus humanist en denk dat alles is voorbeschikt. Godsdienst wijs ik niet af, want in onze beschaving is naastenliefde een essentieel onderdeel. Zonder dat zou het een janboel worden.

Ik ben lid geworden van de coöperatie omdat het me ‘fatsoenlijk’ leek iets te doen voor niet-zelfredzame mensen. Dat gun ik ze. Ik ben ook lid van de NVVE, Vrienden van de Levenseindekliniek, de bibliotheek en het vervoersbedrijf voor ouderen. Zo hoort dat. Ik reken erop dat een van de euthanasieverenigingen me zal helpen als ik daaraan toe ben. Door overal lid van te zijn speel ik op safe. De niet-reanimerenpenning van de NVVE ligt binnen handbereik en ieder jaar ga ik naar de huisarts om mijn euthanasieverklaring te tekenen. Hopelijk is het laatstewilmiddel op tijd beschikbaar. Anders regel ik wel iets!”

Back To Top