Ga naar hoofdinhoud
Tonny (71) werkte op haar dertigste op een afdeling voor zwaar demente mensen en besloot lid te worden van de NVVE. Ze was bang voor eenzelfde lot. Nu heeft ze MS en is vaak te moe om te leven.

“Na de NVVE sloot ik me ook aan bij de Einder en de Levenseindekliniek. Nu onderteken ik regelmatig een euthanasieverzoek bij mijn huisarts en hij weet ook van het behandelverbod. Het meeste vertrouwen heb ik echter in de Coöperatie Laatste Wil. Daar voel ik me veilig bij. Om meer te weten over een goed levenseindemiddel heb ik het Handboek De Vredige Pil gekocht. Ik zou graag willen meedoen aan de activiteiten van de coöperatie, maar dat kan ik niet.

Meer dan twintig jaar heb ik nu MS, een vreselijke ziekte die me doodmoe maakt en veel pijn bezorgt. Ik kan niet meer lopen en fietsen, of ramen zemen. De ziekte tast ook mijn cognitieve vermogens aan en zorgt voor herhaaldelijke depressies. Hierdoor moest ik mijn baan opzeggen en verhuizen naar een aangepaste woning. Sinds kort verergerde mijn toestand verder door een slechtwerkende schildklier.

Soms ben ik echt wanhopig, maar ik weet dat ik altijd bij mijn huisarts terecht kan. Ik neem zoveel mogelijk de regie over mijn eigen ziekte. Als je dat niet doet, gebeurt er niets. In mijn geval ga ik zelfs achteruit. Om dat te voorkomen doe ik veel oefeningen en fiets dagelijks op mijn hometrainer. In België heb ik mijn halsslagaders laten dotteren. Dat was toen nog een experimentele behandeling. Het gaf me een tijdlang verlichting.

Ik wil nog niet dood, al ben ik soms eigenlijk te moe om te leven. Ik wil pas dood op het moment dat het leven mij niets meer te bieden heeft. Als ik te moe ben om te lezen of blij te zijn met vogelgezang. Of te moe om nog interesse te hebben in hoe het mijn kleindochter vergaat. Als ik geen stap meer kan zetten en bij alles geholpen moet worden. Als mijn echtgenoot zou overlijden of als ik mijn vriendinnen niet meer zou zien. En als ik niet meer kan meedoen in het bestuur van het MS-groepje.

Mijn huisarts wil ik niet belasten met het zelfgekozen tijdstip van mijn dood. En zeker mijn familie niet, al mogen zij het natuurlijk wel weten. Ik wil het zelf kunnen doen. Zonder huisarts en zonder SCENarts. Op mijn moment.”

Back To Top