Ga naar hoofdinhoud
Ad (71) heeft lijden van nabij meegemaakt en dat heeft zijn visie op het zelfgekozen levenseinde beïnvloed. Hij wil het laatstewilmiddel in huis hebben om te kunnen voorkomen dat de geschiedenis zich mogelijk herhaald.

“In mijn vroege jeugd heb ik enkele aangrijpende ervaringen in ons gezin meegemaakt die mijn latere leven sterk bepaald hebben. Hoewel het me gelukt is om een en ander een plaats te geven, is het duidelijk dat de littekens mij gehinderd hebben in zowel mijn privéleven als ook in mijn beroepsmogelijkheden. Het bezit van het middel evenals de keuzevrijheid en het hebben van de regie geven mij rust.

Die keuzevrijheid brengt wel nieuwe vragen met zich mee. Werkt het middel op de juiste manier? Doet het poeder wat het moet doen? Kan ik zelf handelen op het cruciale moment? We moeten met verantwoordelijkheidsgevoel kijken naar het aanschaffen en benutten van het laatstewilpoeder. Ik heb daar veel met anderen over gesproken. Een belangrijk punt is de ‘vrijwaringsverklaring’, waarin je aangeeft dat jij zelf de beslissing hebt genomen om het middel te gebruiken en dat anderen geen verantwoordelijkheid kan worden verweten.

Ik merk dat mensen allerlei vragen kunnen hebben. Wat als ik om het leven kom bij een verkeersongeluk? Hoe kan ik ervoor zorgen dat het middel niet verkeerd gaat worden gebruikt? Zal ik er met mijn kinderen over praten? En zo ja: hoe pak ik dat aan? Of: keert mijn levensverzekering wel uit als ik het middel gebruik? Er kunnen allerlei technische en inhoudelijke vragen zijn. Mensen moeten zich goed realiseren wat er op hun af kan komen. Het zelf hebben van de regie is voor mij cruciaal bij het zelfgekozen levenseinde en de autonome route. Ik wil mijn levenseinde zelf kunnen bepalen en heb weinig vertrouwen in de afloop als de regie bij de huisarts ligt. Huisartsen zijn soms aarzelend en betuttelend. Om redenen die ik overigens wel begrijp.

Ik heb mijn lidmaatschap van de NVVE opgezegd, omdat het daar allemaal te langzaam ging. Als coördinator van huiskamergroepen ben ik nu zeer betrokken bij de toekomst en doelen van de coöperatie. Ik vind dat we veel meer voorlichting moeten geven. Over de eerder genoemde technische en inhoudelijke aspecten van het poeder, maar ook over het verantwoordelijkheidsgevoel bij mensen. Nadenken over je eigen levenseinde en daarover communiceren met je naasten is de basis voor je keuzes.

In het maatschappelijk debat is een belangrijke vraag hoe strijdbaar de coöperatie is. Inmiddels zijn er enkele initiatieven voor de aanschaf en distributie van het middel en die spelen zich om begrijpelijke redenen niet af in de publiciteit. Op dit moment moet de coöperatie de publieke strijd met het OM nog niet aangaan. Laat eerst maar een groot aantal initiatieven ontstaan. Als steeds meer Nederlanders het middel in huis hebben, komt onze positie tegenover het OM er anders voor te staan. Ik zie het als een adempauze, zodat de onderhandelingskansen straks groter zijn.”

Back To Top