Ga naar hoofdinhoud
Amber* (66) woont alleen in een appartement in een woongroep in Amsterdam. Ze heeft gewerkt als assistent-personeelszaken en heeft geen kinderen. Zelf is ze geboren in een groot gereformeerd gezin waar ze is opgevoed met het adagium ‘wachten tot God je komt halen’. Over zelf ingrijpen bij het ‘Mensen moeten levenseinde werd niet gesproken.

“Ik vind dat mensen zeggenschap moeten hebben over hun eigen levenseinde. Het is zeer kwalijk dat anderen bepalen hoe je je leven beëindigt en je behandelen als iemand die niet zelf kan nadenken. Het feit dat mensen nog steeds uit wanhoop voor de trein springen geeft aan hoezeer een doodswens onbespreekbaar is. In het woord ‘moord’ in zelfmoord hoor je de veroordeling. Mijn zwager pleegde suïcide en liet een kind van vier jaar achter. Pas later begreep ik hoe wanhopig hij moet zijn geweest en dat hij geen andere uitweg zag. Als hij hier met andere mensen over had kunnen praten, had zijn dood op een menswaardiger manier gekund.

Als het gaat om suïcide bespreekbaar maken, heb je het niet alleen over preventie, maar ook over iemand serieus nemen. Ik heb zelf in een zware depressie gezeten en weet hoe het voelt. Ik heb in die tijd overwogen om uit het leven te stappen en had zelfs al verregaande plannen. Ik heb geluk gehad dat ik uit de depressie ben gekomen, maar ik had ook rust gehad als het anders was gelopen. Wat dat laatste betreft schiet de suïcidepreventie tekort. Ook de angst dat het ‘middel’ als zelfmoordpil wordt gebruikt en daarom niet legaal beschikbaar wordt gesteld, is bevoogdend. Een levensbeëindigend middel biedt mensen juist de kans op een humane dood. Amber* (66) woont alleen in een appartement in een woongroep in Amsterdam. Ze heeft gewerkt als assistent-personeelszaken en heeft geen kinderen. Zelf is ze geboren in een groot gereformeerd gezin waar ze is opgevoed met het adagium ‘wachten tot God je komt halen’. Over zelf ingrijpen bij het ‘Mensen moeten levenseinde werd niet gesproken. zeggenschap hebben over hun eigen levenseinde’

Ik bezoek regelmatig een man van tachtig die Korsakov heeft en in een verpleeghuis woont. Hij kan zelf geen middelen meer aanschaffen. En ook ik kan niets voor hem doen, want dan is het moord. Hij moet zijn ziekte uitdienen tot de dood. Ik vind dat er zo rigide met het levenseinde wordt omgegaan en signaleer veel domheid als het gaat over een zelfgekozen dood. Vooral bij mensen die zelf niets hebben meegemaakt.

Zoals mijn leven er nu uitziet, wil ik wel negentig worden. Het onderwerp dood vind ik boeiend, niemand ontkomt eraan. De dood wordt teveel verzwegen alsof het niet bestaat. Alles is gericht op levensverlenging. Ik wacht de ontwikkeling met het legaliseren van het laatstewilmiddel af. Als ik op een punt kom dat ik niet verder kan of wil leven, wil ik zelf kunnen beslissen of ik een einde aan mijn leven maak en over middelen kunnen beschikken. Ik ben blij met alle inspanningen van de coöperatie.”

*Amber is een gefingeerde naam, echte naam en adres zijn bekend bij de redactie.

Back To Top